van Ruinen, Mewekien 1a

Birth Name van Ruinen, Mewekien
Gender male

Events

Event Date Place Description Notes Sources
Birth about 1220    
 

Parents

Relation to main person Name Relation within this family (if not by birth)
Father van Ruinen, Johan I
         van Ruinen, Mewekien

Families

    Family of van Ruinen, Mewekien and van Welvelde
Married Wife van Welvelde
  Children
  1. Geuzinge, Laurens

Pedigree

  1. van Ruinen, Johan I
    1. van Ruinen, Mewekien
      1. van Welvelde
        1. Geuzinge, Laurens

Ancestors

Source References

  1. Richard van Schaik: Kwartierstaat van mijn neef en nicht
      • Page: Heer Mewekien van Ruinen & van Welvelde
      • Citation:

        Heer Mewekien van Ruinen [Parents] was born 1 about 1220. He married van Welvelde.

        Een heer (dominus) Mewekien van Ruinen kwam 27 februari 1261 voor, en wel als borg voor Rodolf van Ansen, toen die zijn tienden uit de hof te Dikninge aan het klooster te Ruinen verkocht. Verder wordt hij nog genoemd in 1263 (2*), 1265 en 1273, waarvan in 1263 en 1273 als dominus, in 1263, 1265 en 1273 als ridder en in 1265 als bisschoppelijk ministeriaal; hij was dus een primaire figuur.

        Aan het charter van 19 juli 1263 is zijn zegel bewaard gebleven met het Ruinense wapen (het oudste zegel dezer familie!: drie rozen, 2 en 1, onder een schildhoofd); bij een overeenkomst tussen Gerrit Clencke en Hako van Hardenberg met de bisschop over de bewaring van het slot te Coevorden was hij onder de Drentse borgen. In de tekst was zijn voornaam Mewekien, in het zegelrandschrift Bartolomeus ("....m Bartolomei de Runen"), evenals 29 juni 1273, toen Sophia weduwe van Rodolf van Ansen, een jaarlijkse rente aan de Ruinense abt verkocht. Mewekien was dan ook de Nederlandse roepnaam van Bartolomeus, of omgekeerd was Bartolomeus een verlatiniseerde vorm voor Mewekien. Behalve op zegels komt de Bartolomeus-vorm ook éénmaal voor in de letterlijke tekst van een charter, want in 1262 verkocht Hendric Papinc van Steenwijk met toestemming van zijn leenheer Otto van Bentheim aan het klooster te Ruinen een hof te Eemster; getuige daarbij waren de ridders Bartolomeus van Ruinen, Rodolf van Ansen, Volkier van Echten en Helprich van Vollenhove.

        Doordat Mewekien / Bartolomeus van Ruinen in de charters van 1262, 1263, 1265 en 1273 wordt aangeduid als ridder, zullen we zijn geboortetijd kunnen plaatsen in circa 1220. Daardoor moet hij een broer (en geen zoon) zijn geweest van Arnold III, die immers rond 1215 geboren was. En aangezien zij beiden heer van Ruinen zijn geweest, na elkaar, moeten we aannemen, dat Arnold III kinderloos was; dat maakt de aanknoping van de volgende generatie aan Mewekien van Ruinen tot een zekerheid.

        van Welvelde [Parents] was born estimated 1220/1225. She married Heer Mewekien van Ruinen.

        They had the following children:

        M i Heer Johan II van Ruinen
        M ii Ridder Otto I van Welvelde
        M iii Laurens Geuzinge
        M iv Mewekien Lansinge

        ----------------------------------
        Heer Mewekien van Ruinen

        1) J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 275 - 276, Abt--1220, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
        "De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
        Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
        Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.